Historie

Voorgeschiedenis

Nadat op 6 mei 1959 een plaatselijke afdeling van Philadelphia is opgericht, wordt in december van datzelfde jaar door de toenmalige voorzitter geïnformeerd naar de wenselijkheid van catechese voor mensen met een verstandelijke handicap. De ouders zouden het geweldig fijn vinden wanneer er door de kerken op dit gebied wat voor hun kinderen werd gedaan. Maar hoe krijg je zoiets van de grond?

De heer D. Valkenburg, toenmalig bestuurslid van Philadelphia, die veel feiten uit het verleden op schrift heeft gesteld, verhaalt ons dat ds. A. Vroegindeweij in april 1960 een spreekbeurt vervult in de gymzaal van de B.L.O. school en de ouders als het daar als een bevrijding ervaren dat er van kerkelijke zijde warme belangstelling groeit voor hun problemen. Een jaar later is er het referaat van ds. R. Slofstra met als onderwerp:

“Vraag niet waarom, maar waartoe wij een afwijkend kind hebben”.

Men is gesterkt door de pastorale begeleiding die daarin naar voren kwam. Het enthousiasme neemt toe en op 10 mei 1961 besluit het plaatselijk bestuur van Philadelphia een brief te laten uitgaan naar het convent van predikanten met het verzoek of men er in toe wil stemmen dat door personeel van de B.L.O. school namens de plaatselijke kerken aangepast catechetisch onderwijs wordt gegeven aan mensen met een verstandelijke handicap. De kerken zouden de verantwoordelijkheid voor deze catechisaties moeten dragen en deze ook door hun ouderlingen kunnen laten bezoeken.
Op 5 juni 1961 is er al bericht van het convent en we lezen daarin dat ze volledig met de voorstellen akkoord gaan. De Kommissie Catechese, die door Philadelphia in het leven wordt geroepen, gaat het geheel verzorgen en begeleiden, de kosten komen voor rekening van de kerken.

Het is november 1962 als ds. C. Langbroek in de Bethelkerk spreekt over de gestoorde schaapjes van de grote kudde. Hierdoor gestimuleerd, ziet het plaatselijk bestuur van Philadelphia het als haar taak de lokale kerken te blijven wijzen op het grote terrein dat nog braak ligt. Even later ontvangen alle ambtsdragers een brief, waarin de taak en verantwoordelijkheid van de kerken ten aanzien van deze gestoorde schaapjes nog eens extra  wordt onderstreept.

Weer een belangrijke datum is 19 november 1964:
Dr. C. Graafland spreekt in “’t Trefpunt” over het onderwerp “Zij zijn van ons geslacht”. Tijdens de bespreking komt het punt “Aangepaste Kerkdiensten” aan de orde. De aanwezige predikanten zien het nog niet zo één, twee, drie zitten, maar de reactie van de ouders is unaniem: niet proberen….…maar doen!…… en liefst niet op een avond in de week, maar op zondag. Het bestuur van Philadelphia weet genoeg en gaat aan de slag. Weer wordt het convent van predikanten benaderd en op 19 januari 1965 vertolkt ds. J. Keuning de reactie van dit convent met de voor ons historische woorden: “Wij mogen ons hieraan niet onttrekken”.

Op 11 april 1965 wordt de eerste aangepaste kerkdienst voor verstandelijk gehandicapten gehouden in gebouw ‘Eltheto’. Ds. C. Langbroek gaat in deze dienst voor. Het is ook de eerste aangepaste kerkdienst in Nederland, die onder verantwoordelijkheid van de kerken wordt gehouden. Een primeur voor Veenendaal. Een groep mensen, die deze diensten gaan organiseren en begeleiden, noemt zich Kommissie Kerkdiensten. Zij functioneert onder supervisie van Philadelphia.

Na 20 jaar gedraaid te hebben (het is 1980) ziet de leiding van de catechisatie het niet zo meer zitten. Het werk groeit hen boven het hoofd. In de beginperiode kon men het geheel nog overzien: alleen wat oud-leerlingen van de Oranjeschool (christelijke school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen) bezochten de catechisatie.

Maar nu…
door de uitbreiding van het aantal scholen voor speciaal onderwijs, de bouw van twee gezinsvervangende tehuizen en de start van het kinderdagverblijf en het dagverblijf voor ouderen ‘De Schelp’ krijgt Veenendaal een meer en meer regionale functie. De catechisatieleiding kan dat heel goed merken.
In 1980 bedraagt het aantal catechisanten al 65 à 70. Ze komen uit Veenendaal, Rhenen, Achterberg, Ochten, Amerongen. Leersum, Renswoude en Scherpenzeel. Een aantal werkzaamheden, dat hard nodig is, moet door gebrek aan tijd blijven liggen. De problemen worden met Philadelphia besproken, alle Veenendaalse kerken worden benaderd en zo ontstaat de Kommissie Stimulering Pastorale Begeleiding Verstandelijk Gehandicapten. In juni 1982 neemt deze commissie officieel ook de taken van de eerder genoemde Kommissie Kerkdiensten over.

6 februari 1989 wordt een zelfstandige stichting gevormd onder de naam STICHTING PASTORALE BEGELEIDING VERSTANDELIJK GEHANDICAPTEN, waarin zitting hebben:

  • 1 vertegenwoordiger van de Hervormde Gemeente Veenendaal
  • 1 vertegenwoordiger van de Hervormde Gemeente Sola Fide
  • 1 vertegenwoordiger van de Christelijke Gereformeerde Pniëlkerk
  • 1 vertegenwoordiger van de Christelijke Gereformeerde Bethelkerk
  • 1 vertegenwoordiger van de Gereformeerde Kerk
  • 1 vertegenwoordiger van de oudervereniging Philadelphia afd. Zuid-Oost Utrecht
  • 2 vertegenwoordigers van de leiding van de catechisaties en Bijbelkringen.

Bij voorkeur wordt een predikant als voorzitter toegevoegd.

U ziet dat de initiatieven van de oudervereniging in de jaren zestig zijn uitgegroeid tot een stukje kerkenwerk voor mensen met een verstandelijke beperking, dat ook financieel door deze kerken wordt gedragen. Momenteel laten zo’n tien kerkgenootschappen uit de regio hun betrokkenheid en belangstelling voor het werk van de stichting blijken door een jaarlijkse bijdrage.